
Toen ik 2 jaar geleden het auto- en motorsalon bezocht was mijn droom om ooit een moto te bezitten al redelijk dood. Mijn eerste grote liefde, de Triumph Speed Triple is veel te krachtig als starter, en let's face it; een kleinejongensdroom. Snelheid en brute kracht te over, maar geen finesse.
Aangezien ik in de hoogte nogal beperkt ben bleven alleen maar retesnelle Aprillia's en Ducati's over. Snel, gevaarlijk, wel mooi, maar not my cup of tea. De ietwat tammere modellen waren dan ook allemaal ongemakkelijk hoog en choppers zijn niet mijn ding. Uit jeugdsentiment liep ik nog eens langs de Triumph stand; misschien om nog eens even de Speed Triple gedag te zeggen, en daar stond hij. Of beter ZIJ. De Thruxton.
Op slag verliefd. Die look, gebaseerd op de jaren zestig café-racers, om te sterven. Dat geblokt meetje op de tank, dat gitzwart, dat Triumph-logo! Mijn hart bonsde in mijn keel. De ultieme test; de befaamde: Kan-Wim-met-zijn-kabouterbeentjes-aan-de-grond-test drong zich op.
Ik zat! EN... MIJN ... VOETEN ... STONDEN ... PLAT ... OP ... DE ... GROND! Er jubelde vanalles binnenin mij, het stuur voelde als een pefect verlengde van mijn armen, en ze fluisterde: "Eén ritje, komaan, één ritje, nu, snel!" Ik werd zelfs een beetje hard in mijn broek.
Ik moest mijn geliefde bekennen, ik kon haar niet berijden, noch het geld, noch het rijbewijs is in mijn bezit. Tien minuten lang, zat daar geen volwassen vent op een moto op het autosalon, neen, daar zat een achtjarig joch op een moordmachine te dromen over cruisen langs kusten en touren over highways.
Ze beloofde dat ze op me zal wachten.
Ooit, ooit is ze van mij.

Zelfs al zal ze dan oud en versleten zijn, en waarschijnlijk zal ik niet haar eerste minnaar meer zijn, ze zal eindelijk de mijne zijn.



